Stereotype gedrag bij een paard

Stereotype gedrag is vaak beter bekend als de term  ‘stalondeugden’. Stalondeugden is eigenlijk een verkeerde term, omdat het impliceert dat het paard zich op dat moment met opzet negatief gedraagt. Dit is een menselijke benadering, een paard denkt namelijk niet op deze wijze.

 

Stereotype gedrag is een steeds herhalende, dwangmatige beweging die op het eerste gezicht geen functie lijkt te hebben. Je kunt hierbij denken aan luchtzuigen, kribbebijten, weven, boxwalking en dergelijke. Dieren gaan stereotype gedrag vertonen op het moment dat zij hun natuurlijke gedrag langdurig niet of onvoldoende kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld een paard dat geen vrije beweging krijgt of zonder andere paarden gehouden wordt. Hierdoor ontstaat er chronische stress.

Luchtzuigen of kribbebijten is een vorm van stereotype gedrag dat regelmatig voorkomt.

Stress is een toestand waarin het dier onder  (zware) psychologische en/of fysieke druk staat als gevolg van stressoren (= veroorzakers van stress). Deze stressoren kunnen van buitenaf (de omgeving) of binnenuit (het paard zelf) komen. Stress ontstaat wanneer een dier of mens in een situatie komt die voor hem onvoorspelbaar en/of oncontroleerbaar is. Hij weet dus niet wat er op dat moment gaat gebeuren en kan geen (of onvoldoende) invloed uitoefenen op de situatie. Eerst is er sprake van acute stress. Deze vorm van stress is niet schadelijk en is juist nodig om te overleven. Het zorgt er bijvoorbeeld dat een paard op de vlucht slaat op het moment dat hij een roofdier ziet. Maar houdt de stress te lang aan of treedt het te vaak op, dan verandert acute stress in chronische stress, wat wel schadelijk voor de gezondheid kan zijn.

 

Een manier om met deze chronische stress om te gaan, is bijvoorbeeld het uitvoeren van stereotype gedrag. Uit onderzoek blijkt dat tijdens het uitvoeren van stereotype gedragingen de stof endorfine in de hersenen vrijkomt. Dit stofje zorgt ervoor dat het paard een geluksgevoel krijgt, ook werkt het pijnstillend. Endorfine werkt als een soort drugsverslaving. Het paard wordt afhankelijk (verslaafd) aan het opwekken van endorfine, als gevolg dat hij uiteindelijk stereotype gedrag gaat vertonen zonder dat hier een aanleiding voor is. Dit is ook de reden waarom het heel lastig, of bijna onmogelijk, af te leren is als het paard eenmaal stereotype gedrag heeft ontwikkeld.

Paarden kunnen stereotype gedrag op verschillende manier uiten. Een veel voorkomende vorm is het luchtzuigen of kribbebijten. Hierbij zet het paard zijn tanden op een rand van bijvoorbeeld de staldeur of etensbak en spant de nekspieren zodanig aan dat de slokdarm open komt te staan en het paard lucht naar binnen kan zuigen. Daarnaast komt weven regelmatig voor. Bij weven verplaatst het paard ritmisch, afwisselend zijn gewicht van zijn linker- op zijn rechterbeen. Vaak beweegt het paard ook de achterbenen mee op dezelfde manier als wanneer het paard stapt.

Er zijn verschillende producten op de markt om stereotype gedrag te stoppen. Denk hierbij aan speciale banden tegen het luchtzuigen of anti-weefrekken. Hierdoor kan het paard het stereotype gedrag niet meer uitoefenen maar komt er ook geen endorfine meer vrij. Het levert dus misschien wel meer stress op en het welzijn van het paard lijkt er niet op vooruit te gaan. Het kan daarom beter zijn om de oorzaak van het gedrag weg te nemen. Luchtzuigende paarden kunnen bijvoorbeeld last hebben van hun maag en wevende paarden ontstaat vaak door een tekort aan (vrije) beweging. Maar nog beter is om stereotype gedrag te voorkomen door je paard zoveel mogelijk zijn natuurlijke gedrag uit te laten voeren. Een aantal belangrijke punten hiervoor zijn:

  • Sociaal contact: zorg ervoor dat je paard voldoende sociaal contact met soortgenoten heeft. Als het niet mogelijk is paarden bij elkaar in een weiland of paddock te zetten, zorg dan dat ze elkaar in ieder geval kunnen zien.
  • Voeding: Zorg dat het paard gedurende een langere periode bezig is met eten. Bijvoorbeeld door meerdere kleinere porties per dag te voeren, door het aanbieden van onbeperkt ruwvoer of door stro als stalbedekking te gebruiken
  • Beweging:  zorg ervoor dat je paard voldoende beweging krijgt, in de vorm van training en/of weidegang
  • Stalling: Zet het paard in een lichte stal die voor hem groot genoeg is. Voorkom ook dat je paard zich gaat vervelen door hem regelmatig uit stal te halen.

Om stereotype gedrag te voorkomen, kun je de leefomgeving van het paard verrijken. Dit doe je door hem soortgenoten en afleiding aan te bieden.

Vaak wordt gedacht dat paarden stereotype gedrag van elkaar kopiëren. Dit is echter niet wetenschappelijk aangetoond en de meeste onderzoekers denken dat dit onwaarschijnlijk is. Wanneer je op een stal meerdere paarden met stalondeugden aantreft, ligt de oorzaak vaak bij de huisvesting of het management van de paarden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *