Het eten van zand

Ieder paard krijgt ongemerkt wel zand binnen, via hooi of gras. Dit wordt vervolgens met de mest afgevoerd, dus hoeft niet direct een probleem te zijn. Soms komt het voor dat paarden meer zand binnen krijgen dan normaal. Hierdoor kunnen er verschillende problemen in zijn darmen ontstaan. Om het probleem aan te kunnen pakken is het handig om de oorzaak van het gedrag te achterhalen.

Zand eten kan verschillende oorzaken hebben. Een van deze redenen is een tekort aan mineralen, zoals zout. Zout zorgt onder andere voor een goede vochtbalans in het lichaam en is een belangrijk element in het rantsoen van een paard. Paarden verliezen zout via zweet, mest en urine. Als het paard veel gezweet heeft omdat hij veel arbeid heeft verricht, of het is buiten erg warm, dan heeft hij meer zout uitgescheden. Dit tekort moet aangevuld worden. Als een paard onvoldoende zout in zijn rantsoen krijgt aangeboden zal hij het zout ergens anders vandaan gaan halen. Zand bevat zouten, dus door zand te eten vullen paarden hun tekort aan. De tekorten kunnen ook ontstaan in periodes waarin extra ondersteuning van de weerstand nodig is, zoals tijdens het verharen. Andere oorzaken van het zand eten zijn uit verveling of door gebrek aan ruwvoer. Als het paard graast op een weiland met erg kort gras is de kans groter dat hij de wortels van het gras op zal eten, waarbij veel zand mee kan komen. Ook het aanbieden van hooi op een zandondergrond kan de opname van zand vergroten.

Als zand in de darmen terecht komt, kan dit de darmwand schuren wat tot irritatie leidt. Door deze irritatie kan de darmwand minder goed water en andere voedingstoffen opnemen. Dit kan diarree, gewichtsverlies en koliek veroorzaken. Als de darmen goed gevuld zijn door ruwvoer, zal het zand makkelijker de darmen kunnen passeren. Hierdoor zal de darmwand minder geirriteerd raken. In eerste instantie hoeft het zand niet voor ophopingen in de darmen te zorgen omdat dit via de mest wordt uitgescheden. Maar zodra de hoeveelheid zand die het paard binnen krijgt groter wordt dan er via de mest kan worden afgevoerd, kunnen er wel ophopingen ontstaan. De ophopingen leggen een druk op de darmen waardoor de beweeglijkheid hiervan belemmerd wordt. Deze belemmering kan dan voor meer ophopingen zorgen en uiteindelijk tot verstopping leiden. Dit wordt zandkoliek genoemd.

 

Je kunt een aantal dingen doen om het zand eten te beperken. Dit is echter afhankelijk van de oorzaak van het gedrag. Eet je paard zand omdat hij zich verveelt of een gebrek aan ruwvoer heeft? Zorg dan voor voldoende ruwvoer van goede kwaliteit. Laat je paard niet te lang zonder ruwvoer staan, zodat hij zich niet zo snel zal vervelen. Je zou eventueel wat stro aan kunnen bieden, dit heeft weinig voedingsstoffen, maar zorgt er wel voor dat het paard wat te knabbelen heeft. Let er wel op dat je paard geen grote hoeveelheden stro eet, dit zou ook koliek kunnen veroorzaken. Laat je paard daarnaast niet op een te kaal weiland grazen of hooi eten vanaf een zanderige ondergrond. Vermoed je dat je paard zand eet omdat hij een tekort heeft aan zout? Bied dan een liksteen aan zodat je paard zijn tekorten aan kan vullen. Leg je liksteen niet in de voerbak, zo likt hij namelijk tijdens het eten van zijn krachtvoer ongemerkt aan de steen. Zo krijgt hij meer zout binnen dan hij wellicht nodig heeft. Plaats de liksteen liever op een andere plek in de stal, zo kan het paard zelf bepalen wanneer hij er gebruik van wil maken.

 

Om erachter te komen of jouw paard teveel zand binnen krijgt, kun je een eenvoudige test doen. Stop 5 mestballen in een plastic, doorzichtige handschoen. Meng de mest met water zodat het een papje wordt. Laat vervolgens de handschoen enige tijd hangen, zodat het zand naar de bodem kan zakken.

 

 

Je kunt de mestballen ook in een emmer of afwasteiltje stoppen. Giet dan voorzichtig het mestmengsel af totdat er alleen nog zand achter blijft. Als er meer dan een theelepel zand achterblijft, is de kans groot dat je paard te veel zand opneemt. De hoeveelheid zand in de mest hoeft niet altijd een goede indictator te zijn van de hoeveelheid zand die in de darmen zit. Er kan soms weinig zand in de mest zitten, terwijl er wel zandophopingen in de darmen zijn. Om een betere indicatie te krijgen is het verstandig om op meerdere dagen de hoeveelheid zand te meten. Heb je twijfels? Raadpleeg dan altijd je dierenarts! Hij kan je ook adviseren of het verstandig is om een middel te geven dat ervoor zorgt dat het zand uit de darmen beter wordt afgevoerd, zoals psyllium.

 

Bekijk hier een video van Thehorse.com over het meten van de hoeveelheid zand in mest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *